‘Oei, een wesp’. Ik zeg het meer tegen mezelf dan tegen mijn cliënt terwijl ik met hem de spreekkamer binnen loop. Het diertje heeft zich via het openstaande raam toegang verschaft tot mijn praktijkruimte. Het onrustig bewegende lijf tekent zich af tegen het venster. Zijn gezoem is duidelijk hoorbaar.
‘Dat klinkt meer als een bij’. Hij fluistert het bijna, alsof hij zo meteen een reprimande gaat krijgen voor deze correctie.
Het insect zweeft de kamer in. Het is een fors exemplaar. Ik hou even halt om te kijken wat ie van plan is. Mijn cliënt blijft ook staan, licht voorovergebogen. Hij kijkt mij aan met zijn donkere, verdrietige ogen. Er valt een pluk ravenzwart haar over zijn voorhoofd. ‘Kijk, een vol lijfje, veel dons. Het is een bij. Wespen zijn in het midden smaller. En ze klinken bozer.’ Nog steeds die verontschuldigende toon. Imran kan het nochtans weten. Zijn vader was bijenhouden in Aleppo. Het gezin vluchtte vanuit Syrië naar Nederland. De kleine Imran had alleen zijn favoriete boek mogen meenemen. Dat heeft de overtocht niet overleeft.
‘Dank je, ja, ik zie het’, zeg ik, ‘maar ik ga hem er wel even uitgooien, anders gaat dat afleiden’. Ik heb onmiddellijk spijt van deze formulering. De familie was geenszins erg welkom geweest in Europa. Jaren lang impregneerde dreigende uitwijzing hun leven.
Ik pak een papiertje. De bij heeft zich inmiddels tegen het glas genesteld en werkt niet mee. Ik hannes er een beetje mee en voel de druk om dit snel af te handelen zodat de sessie kan beginnen (voor zover dit niet ook een start is, hm).
‘Hij moet niet dood?’ Dunne stem. Er zit wat angst in. Voelt hij mijn angst voor het beestje? Ik ben niet direct een fan, niet van wespen en evenmin van bijen. Maar ik voel er toch ook niets voor om het leven van die arme verdwaalde bij die bovendien niet eens aanstalten maakt om te steken hier en nu te beëindigen. ‘Nee, zeker niet’, licht ik het omslachtige gedoe met het papier toe, ‘ik probeer hem naar buiten te leiden’.
Imran is inmiddels gaan zitten. Ikzelf sta nog bij het raam en voel me super onhandig. Met een half oog op de bij die ik zijn vrijheid gun maar niet helemaal vertrouw kijk ik naar hem. Er biggelt een traan over zijn wang. ‘Je maakt hem echt niet dood.’ Het is een vaststelling doordrenkt met opluchting. ‘Dank je’, fluistert hij er achter aan, ‘ik stel je respect voor zijn leven op prijs. Het is goed om dat van je te weten’. Tja, deze hele actie was onwillekeurig een tamelijk evidente zelfonthulling.
De meningen over zelfonthulling zijn verdeeld onder analytici. Hebbrecht (1998) schaart het in zijn artikel ‘spelen met grenzen’ onder de grensoverschrijdingen en noemt het in één adem met het accepteren van cadeaus ’s of gebruik maken van professionele mogelijkheden van een cliënt, al haalt hij ook Pizer (1997) aan die er op wijst dat het soms noodzakelijk is om met de cliënt iets te delen uit je privé leven, bijvoorbeeld bij ernstige medische problemen.
Over het algemeen leren we in onze opleiding er heel spaarzaam mee te zijn. De onderliggende redenering is dat we met het therapeutisch contact zoveel mogelijk podium creëren voor de objectrelaties. Zo worden de ‘brillen’ waardoor de cliënt naar zichzelf en anderen kijkt actief en bewerkbaar. Dat laatste is wenselijk omdat cliënten, en meestal ook de mensen in hun omgeving, daar flink last hebben. Kortom: het contact met ons roept vanalles op. Juist dat willen we aan bod laten komen. Het doel is de cliënt zoveel mogelijk de ruimte te geven om zijn eigen binnenwereld te verkennen, inclusief de fantasieën die er zijn in het contact met ons. We kunnen alles van toverkol tot halve god(in) zijn. Dat kan alleen als we niet al te reëel in beeld zijn.
Helemaal ontkom je er trouwens sowies niet aan. Een collega van me grapte ooit: denk je nou echt dat je met die litho’s aan je muur niks over jezelf zegt?’ Touché. Maar de vraag is of je dat moet willen, helemaal niks van jezelf laten zien. Sugarman (2012) wijst er op dat veel analytici nogal krampachtig vasthouden aan de stelling dat zelfonthulling een heilloze weg is terwijl het soms het therapeutisch proces wel degelijk ten goede komt. In de podcast ‘Teaching Dynamic Therapy through Storytelling’ vertelt de geïnterviewde waarom ze met de ene cliënt deelde dat ook zijzelf vroeg in haar leven haar moeder verloren had, en licht ze toe waarom ze dat niet deed bij een andere cliënt.
Waar we in wat we vertellen voortdurend keuzes maken, laten we in ons gedrag zo nu en dan iets zien van onszelf en onze eigen manier van in de wereld staan. Omstandigheden kunnen ons overvallen. En soms gaat het ineens om hele wezenlijke dingen.
Wat als ik het diertje wel dood gemept had? Hoe zou dat bij Imran uitgepakt hebben? En hoe zou een andere cliënt gereageerd hebben? Geïrriteerd misschien over de tijd die het kostte om hem naar buiten te krijgen? Ik zou een soort verwaarlozende moeder hebben kunnen worden die een gevaarlijk steekbeest niet meteen ontwapende. Of zou mijn lichte angst ervaren zijn als zwak of mijn weerzin tegen hem onnodig dood maken weekhartig? Enfin, wat ik ook gedaan had met de bij, het zou in elk geval iets over mij gezegd hebben. En het zou voor verschillende cliënten een verschillende betekenis gehad hebben. Maar ik had het niet gemakkelijk anders kunnen doen. Soms is gewoon jezelf zijn het beste misschien.
De bij kiest de vrijheid. Op een of andere manier neemt hij de hindernis van het raamkozijn en vliegt met een elegant boogje de wijde wereld weer in. Het ziet er levendig uit. Ik voel tranen prikken en zie de verbrande bijenkorven in de heuvels van Aleppo voor me. Hij heeft ze levendig beschreven zonder ze ooit gezien te hebben. De nachtmerries van zijn vader teisteren ook zijn slaap.
‘Als je hem dood gemaakt had, was het moeilijk voor me geweest om bij je in therapie te blijven’.
BIRGIT DE CNODDER
Lees- en luistertips
Hebbrecht, M. (1998). Spelen met grenzen. Tijdschrift voor Psychoanalyse, (4)(4):192-204
Sugarman, A. (2012). The Reluctance to Self-Disclose: Reflexive or Reasoned? The Psychoanalytic Quarterly, (81)(3):627-655
Podcast in de reeks ‘Psychoanalysis On and Off the Couch’: Teaching Dynamic Therapy through Storytelling with Anne Adelman, Ph.D. (Chevy Chase, MD) and Kerry Malawista, Ph.D. (Potomac, MD)


Volgens mij is de reactie van de cliënt op de bij geladen met symboliek. Dit verhaal gaat niet over zelfonthulling, maar over het raken van een snaar bij de cliënt. Mooie therapeutische vervolgvragen: wat symboliseert de bij? En waarom is het erg om die bij te doden?
Wat een interessant perspectief. Dank je wel.